Het idee dat vrouwen een beter reukvermogen hebben dan mannen is wijdverbreid. Maar wat zegt de wetenschap hierover? Verschillende studies bevestigen dat vrouwen gemiddeld beter presteren dan mannen bij reuktests, of het nu gaat om het detecteren, identificeren of onderscheiden van geuren. Eén studie opperde zelfs een biologische verklaring. Laten we eens kijken, met de kanttekening dat dit gemiddelde trends zijn, geen absolute regels.
Een verschil dat bij veel tests is waargenomen.
Talrijke studies in de perceptiepsychologie tonen een licht voordeel voor vrouwen bij verschillende olfactorische taken: het herkennen van een bekende geur, het benoemen ervan, het inschatten van de intensiteit of het onderscheiden ervan van een andere geur. Onderzoekers wijzen er ook op dat vrouwen vaak meer interesse in geuren tonen. Deze verschillen blijven echter gering en variëren per individu, gebruikte methode en cultuur.
Een aanwijzing in de hersenen: de reukbol
In 2014 leverde een team van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro , onder leiding van neurowetenschapper Roberto Lent, een biologische verklaring. Door postmortale hersenen te analyseren (van 7 mannen en 11 vrouwen), maten de onderzoekers het aantal cellen in de reukbol, het eerste hersengebied dat informatie uit de neus ontvangt. Het resultaat: vrouwen hadden gemiddeld ongeveer 43% meer cellen en bijna 50% meer neuronen dan mannen. Volgens de auteurs zou dit contrast een anatomische basis kunnen vormen voor verschillen in reukgevoeligheid.
Verklaringen waarover nog steeds gedebatteerd wordt.
Waarom zo'n verschil? Er bestaan verschillende hypotheses, maar geen enkele heeft brede acceptatie gekregen. De hormonale link wordt vaak genoemd, omdat oestrogeen de geurwaarneming kan beïnvloeden. Andere onderzoekers opperen een evolutionaire verklaring: een scherp reukvermogen zou een rol hebben kunnen spelen bij bepaalde voortplantingsgedragingen, zoals het hechten aan de baby of het herkennen van familieleden. De auteurs van de studie merken ook op dat, aangezien de hersenen gedurende het leven weinig cellen aanmaken, deze extra neuronen al vanaf de geboorte aanwezig zouden zijn. Eén vraag blijft echter: is dit extra aantal cellen werkelijk voldoende om het verschil in prestaties te verklaren?
Op basis van de huidige kennis kunnen we concluderen dat vrouwen gemiddeld beter scoren op reuktesten, en dat een anatomische bijzonderheid van de reukbol een plausibele verklaring biedt. Deze resultaten beschrijven echter statistische trends: veel mannen hebben een zeer goed ontwikkeld reukvermogen, en training, leeftijd, gezondheid en roken hebben een sterke invloed op onze vaardigheden. Biologie sluit de aanzienlijke individuele diversiteit dus niet uit.
