Wat als het beste nog moet komen? De afgelopen twintig jaar hebben talloze studies een opvallend patroon beschreven: het ervaren welzijn neemt doorgaans af gedurende de jeugd en vroege volwassenheid, bereikt een dieptepunt rond het einde van de veertig en stijgt vervolgens weer. Met andere woorden, na een dieptepunt rond de leeftijd van 45-50 jaar, geven veel mensen aan dat ze weer meer tevreden zijn met hun leven.
De beroemde U-vormige baan
Econoom David Blanchflower populariseerde het idee van een U-vormig 'gelukstraject'. Hij analyseerde gegevens uit meer dan honderd landen en observeerde dat de levensvoldoening, die hoog is onder jonge volwassenen, geleidelijk afneemt tot een dieptepunt rond de leeftijd van 47 jaar, om vervolgens weer te stijgen. Dit patroon, dat zowel bij mannen als vrouwen en in uiteenlopende contexten werd waargenomen, suggereert dat leeftijd de stemming beïnvloedt, onafhankelijk van inkomen, opleidingsniveau of gezinssituatie.
Waarom komt het terug na de quarantaine?
Onderzoekers bieden verschillende verklaringen. De eerste heeft te maken met het bijstellen van verwachtingen: met ervaring stoppen we met onszelf constant met anderen te vergelijken en accepteren we ons leven beter zoals het is. De tweede betreft het omgaan met emoties: naarmate mensen ouder worden, besteden velen meer aandacht aan de positieve aspecten van hun dagelijks leven. Dit gaat vaak gepaard met een afname van de druk van de middelbare leeftijd – carrière, financiën, jonge kinderen – wat leidt tot een rustigere periode. De midlife-dip is daarom niet onvermijdelijk, maar een overgangsfase.
Een plan dat momenteel opnieuw wordt bekeken.
De wetenschap heeft dit beeld echter veranderd. Recent onderzoek, met name door Blanchflower en collega's, heeft aangetoond dat deze U-vormige trend in veel landen sinds het midden van de jaren 2010 aan het verdwijnen is. De reden: het welzijn van jongeren, met name jonge vrouwen, is aanzienlijk afgenomen, waardoor het moreel nu gestaag lijkt toe te nemen met de leeftijd. De kernboodschap blijft echter hetzelfde: ouderen geven gemiddeld aan gelukkiger te zijn dan jongere volwassenen. Andere onderzoekers wijzen er ook op dat deze trends statistische gemiddelden zijn, die een grote diversiteit aan individuele trajecten maskeren.
Of we het nu hebben over een U-vormig verloop of een meer lineaire progressie, één ding is duidelijk: ouder worden betekent niet per se een afname van het moreel; integendeel. Voor velen gaan hun vijftiger jaren en de jaren daarna gepaard met een hernieuwd gevoel van sereniteit, gevoed door ervaring, zelfacceptatie en duidelijkere prioriteiten. Dit stelt hen in staat om hun veertiger jaren met wat meer optimisme tegemoet te zien.
