Vijfenveertig jaar na de invoering van een drastisch geboortebeperkingsbeleid staat China nu voor een ongekende uitdaging: een tekort aan kinderen. Peking, zich bewust van het demografische onevenwicht dat de groei en sociale stabiliteit bedreigt, neemt steeds meer initiatieven om geboorten te stimuleren. Deze koerswijziging lijkt echter nogal laat en heeft moeite om een bevolking te overtuigen die decennialang diepgaand is veranderd door de strenge geboortebeperking.
Van overbevolking tot de angst voor demografische achteruitgang.
Toen het eenkindbeleid in 1980 werd ingevoerd, kwam China net uit een periode van hongersnood en economische instabiliteit. De regering van Deng Xiaoping, die een bevolkingsexplosie wilde voorkomen, rechtvaardigde deze maatregel als "een noodzakelijke stap richting modernisering". Gezinnen mochten toen nog maar één kind hebben, op straffe van boetes, administratieve sancties of zelfs ontslag.
Dit beleid was gebaseerd op de analyses van ingenieur Song Jian, geïnspireerd door het rapport *The Limits to Growth* van de Club van Rome . Volgens zijn projecties liep China het risico op de lange termijn een onhoudbare bevolkingsgroei te bereiken. Peking koos er daarom voor om geboorten te plannen zoals men een economische hulpbron beheert.
Aanvankelijk wierp deze strategie zijn vruchten af: de bevolkingsgroei stortte in en de welvaart nam toe. Achter dit schijnbare succes gingen echter diepe onevenwichtigheden schuil: versnelde vergrijzing, een onevenwichtige man-vrouwverhouding en een langdurige afname van de beroepsbevolking.
De ernstige gevolgen van anticonceptie
De gevolgen van het eenkindbeleid voor de Chinese samenleving zijn aanzienlijk. Miljoenen kinderen die niet onder het quotum vielen, werden verborgen gehouden om straffen te ontlopen en leefden zonder documenten en zonder toegang tot onderwijs of gezondheidszorg. Tegelijkertijd heeft de traditionele voorkeur voor jongens geleid tot wijdverspreide selectieve abortussen op basis van geslacht: het aantal zogenaamde 'overtollige' mannen wordt nu geschat op bijna 30 miljoen.
Vanaf de jaren 2000 beseften Chinese demografen de omvang van de ramp. Het land vergrijsde sneller dan verwacht en de beroepsbevolking nam af. In 2013 begon Peking het beleid te versoepelen, eerst door twee kinderen per gezin toe te staan, en vanaf 2021 drie. De schade was echter al aangericht: volgens het Nationaal Bureau voor de Statistiek was 2023 al het tweede opeenvolgende jaar van bevolkingsafname, iets wat sinds de grote hongersnood van 1960 niet meer was voorgekomen.
Een geboortecijfer dat moeilijk te herstellen is.
De Chinese overheid probeert momenteel het nationale verhaal rondom het gezin te herschrijven. Begin december 2025 werd een belasting van 13% op anticonceptiemiddelen en andere geboortebeperkingsmethoden aangekondigd, terwijl er tegelijkertijd belastingvoordelen, woonondersteuning en kinderopvangsubsidies worden aangeboden. Verschillende provincies testen lokaal beleid, zoals verlengd ouderschapsverlof, geboortepremies en gesubsidieerde huisvesting voor grote gezinnen.
Deze maatregelen hebben echter slechts een beperkte impact. Nieuwere generaties, opgevoed met het idee dat één kind genoeg is, zijn niet bereid hun materiële comfort of professionele vrijheid op te geven. Vrouwen, die hoger opgeleid en onafhankelijker zijn dan ooit, weigeren vaak de lasten van het moederschap op zich te nemen, die ze te duur vinden. De hoge kosten van levensonderhoud, de druk van het opvoeden van kinderen en de ongelijkheid op de arbeidsmarkt verklaren ook deze terughoudendheid om gezinnen uit te breiden.
Een onzekere demografische toekomst
Ondanks alle inspanningen slaagt China er niet in de trend te keren. Het vruchtbaarheidscijfer, dat naar verwachting rond 2025 zal dalen tot ongeveer 1,0 kind per vrouw, ligt ruim onder het vervangingsniveau. Het land bevindt zich in een fase van "omgekeerde demografische transitie": minder geboorten, meer gepensioneerden en een economie die wordt bedreigd door tekorten aan arbeidskrachten en innovatie.
Sommige deskundigen vergelijken de situatie in China nu met die van Japan of Zuid-Korea, landen die met vergelijkbare problemen rond het geboortecijfer kampen, maar met een nog sterkere daling. Peking zal waarschijnlijk verder moeten kijken dan simpele financiële prikkels om dit structurele probleem op te lossen: het sociale model moet herzien worden, gezinnen moeten daadwerkelijk ondersteund worden en er moet gewerkt worden aan de collectieve perceptie van het ouderschap.
Van angst voor overbevolking tot angst voor bevolkingskrimp: China heeft in een halve eeuw twee demografische extremen meegemaakt. Het eenkindbeleid, een instrument voor snelle modernisering, legde uiteindelijk de basis voor een blijvende daling van het geboortecijfer. Vandaag de dag, ondanks een steeds nadrukkelijker pro-natalistisch beleid, wordt de kloof tussen politieke wil en maatschappelijke realiteit steeds groter.
