Recent onderzoek wijst op een verband tussen de betrokkenheid van grootouders bij de kinderopvang en een betere cognitieve gezondheid op latere leeftijd. Volgens deze studie kan de zorgzame houding van grootouders helpen om bepaalde hersenfuncties in de loop der tijd te behouden.
Een onderzoek onder duizenden grootouders
De bevindingen zijn gebaseerd op een analyse van gegevens van 2.887 grootouders, allen ouder dan 50 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 67 jaar, afkomstig uit de English Longitudinal Study of Ageing . De deelnemers rapporteerden over de frequentie en aard van de zorg die zij aan hun kleinkinderen verleenden, zoals met hen spelen, helpen met huiswerk, maaltijden bereiden of regelmatig oppassen.
Behoud van cognitieve functies
De resultaten laten zien dat grootouders die regelmatig voor hun kleinkinderen zorgen, beter scoren op geheugen- en verbale vloeiendheidstests dan grootouders die dat niet doen. Deze cognitieve voordelen blijven bestaan, zelfs na correctie voor leeftijd, gezondheidstoestand en andere factoren, wat wijst op een sterk verband tussen betrokkenheid van het gezin en de gezondheid van de hersenen.
De kwaliteit van de betrokkenheid is belangrijker dan de frequentie of het type zorg.
Onderzoekers benadrukken dat de kwaliteit van de ervaring als grootouder belangrijker lijkt te zijn dan de frequentie van de kinderopvang of specifieke activiteiten die met de kleinkinderen worden ondernomen. Het gaat dus niet zozeer om het aantal bestede uren, maar om de algehele aard van de betrokkenheid die verband houdt met de waargenomen cognitieve voordelen.
De effecten waren sterker bij grootmoeders.
Uit het onderzoek blijkt tevens dat de cognitieve voordelen met name bij grootmoeders sterk aanwezig zijn. Zij vertonen namelijk een minder uitgesproken achteruitgang in geheugen en spreekvaardigheid dan hun minder betrokken leeftijdsgenoten.
Grenzen en perspectieven van onderzoek
De auteurs van de studie herhalen dat deze resultaten geen definitief bewijs leveren voor een causaal verband tussen de zorg voor kleinkinderen en het voorkomen van cognitieve achteruitgang. Ze benadrukken de noodzaak van verder onderzoek om de onderliggende mechanismen beter te begrijpen en vast te stellen of andere familie- of contextuele factoren deze associatie beïnvloeden.
Een nuttige, actieve sociale en mentale rol.
Volgens onderzoekers is de zorg voor kleinkinderen een stimulerende vorm van sociale interactie die kan bijdragen aan het behoud van mentale vermogens bij ouderen. Deze studie sluit aan bij ander onderzoek dat suggereert dat een actief sociaal leven en interacties tussen generaties kunnen bijdragen aan een gezondere cognitieve veroudering.
De betrokkenheid van grootouders bij hun kleinkinderen is veel meer dan alleen een oplossing voor de kinderopvang van ouders; het blijkt een belangrijke factor te zijn in het cognitief welzijn van senioren. Hoewel verder onderzoek nodig is, bevestigen deze eerste bevindingen het idee dat intergenerationele banden een aanwinst zijn voor alle generaties – een emotioneel, sociaal en mogelijk neuroprotectief voordeel.
