Tijdens een recent podcastoptreden vertelde de Amerikaanse actrice Geena Davis over een auditie die ze in 1985 deed voor een inmiddels klassieke komedie. Ze solliciteerde naar de vrouwelijke hoofdrol. Het antwoord dat ze kreeg was simpel: ze was niet aantrekkelijk genoeg voor de rol.
Een uitdrukking die zonder omhaal van woorden wordt uitgesproken.
Geena Davis, inmiddels 70, herinnert zich de uitwisseling nu met enige terugblik. Ze benadrukt dat het "direct gezegd" was en voegt er grappend aan toe: "Haar kapsel die dag hielp waarschijnlijk niet echt." Podcastpresentator Dax Shepard reageerde door erop te wijzen dat een productieteam destijds zo'n oordeel hardop kon vellen, zonder zich daar al te veel zorgen over te maken.
Bekijk dit bericht op Instagram
Een bijrol, die op zijn verzoek werd getransformeerd.
Het verhaal had daar kunnen eindigen, maar de filmploeg, gecharmeerd door haar komische talent, wilde haar graag bij het project betrekken. Ze boden haar een veel bescheidener rol aan – die van een medewerker in een mortuarium, oorspronkelijk geschreven voor een man en genaamd Larry – met de afspraak dat de rol voor haar zou worden vervrouwelijkt. Haar reactie werd onderdeel van de filmgeschiedenis: ze accepteerde de rol, maar wilde de naam "Larry" behouden. De vrouwelijke hoofdrol ging echter naar actrice Dana Wheeler-Nicholson.
Een traject dat in tegenspraak is met het vonnis.
De rest van haar carrière was een impliciet antwoord op die afwijzing. Het jaar daarop kreeg Geena Davis een hoofdrol in een inmiddels klassieke horrorfilm. In 1988 won ze de Oscar voor Beste Bijrolactrice. Begin jaren negentig volgden twee grote films, waarvan er één haar een Oscarnominatie voor Beste Actrice opleverde. Een carrière die precies gebouwd was op wat de filmindustrie naar eigen zeggen niet in haar zag.
Bekijk dit bericht op Instagram
Een verbintenis die het getuigenis uitbreidt
Dit verhaal krijgt bijzondere betekenis gezien haar achtergrond. Geena Davis richtte een onderzoeksinstituut op dat zich toelegt op de representatie van vrouwen in de media. Hun werk documenteert al twintig jaar de onevenwichtigheden in fictie – het aantal vrouwelijke personages, spreektijd en toegewezen rollen. Geena Davis heeft ook meermaals gesproken over de moeilijkheden die ze zelf ondervindt met betrekking tot haar uiterlijk in een industrie waar dit een selectiecriterium is bij sollicitaties.
Wat deze anekdote onthult, gaat verder dan een simpel geval van een mislukte auditie. Het herinnert ons eraan dat, nog niet zo lang geleden, fysieke verschijning hardop beoordeeld kon worden als een professionele vaardigheid. Het feit dat deze getuigenis afkomstig is van een actrice die een van de meest geprezen van haar generatie is geworden, geeft het een bijzondere betekenis: het criterium was niet alleen kwetsend, het was ook onjuist.
