Tien jaar nadat ze Noord-Korea met gevaar voor eigen leven was ontvlucht, vond Mun Yeon-hui in Japan de vrede en erkenning die ze in haar thuisland nooit had gekend. Nu woont ze in Chiba, ten oosten van Tokio, waar ze samen met haar man een restaurant runt genaamd Sulnoon, dat bekendstaat om zijn naengmyeon, heerlijke koude noedels afkomstig uit Pyongyang. Haar verhaal, zoals verteld door de Japanse krant Asahi Shimbun, illustreert zowel veerkracht als het streven naar vrijheid.
Een jeugd onder toezicht
Zoals de Japanse krant Asahi Shimbun berichtte, groeide Mun Yeon-hui, geboren in Noord-Korea, op in een omgeving waar angst en controle elk aspect van het leven bepaalden. Als tiener werd ze gedwongen getuige te zijn van de openbare executie van een vrouw die ervan werd beschuldigd dvd's van buitenlandse televisieseries te verkopen. Een diepgaand trauma, maar ook een keerpunt. In plaats van zich af te keren van de buitenwereld, begon de jonge vrouw er juist interesse in te tonen: ze ontdekte in het geheim Zuid-Koreaanse en Japanse drama's en bewonderde met name acteur Takuya Kimura, de ster van de Japanse serie Pride.
Deze bewustwording zet haar ertoe aan de gesloten aard van het Noord-Koreaanse regime in twijfel te trekken. Ondanks haar zakelijke opleiding in Pyongyang stuit ze op de inertie van het systeem: geen vooruitzichten, geen vrijheid. Dan besluit ze, tegen alle redelijkheid in, te vluchten.
Een wonderbaarlijke ontsnapping
In mei 2015 verliet Mun Yeon-hui Noord-Korea onder de tranen van haar moeder, die haar vertelde: "Het spijt me dat ik je in dit land ter wereld heb gebracht." Ze zwom de Yalu-rivier over, de natuurlijke grens met China, met slechts een paar bankbiljetten, scheermesjes en wat opium als bescherming, die ze van plan was te gebruiken als ze gearresteerd zou worden.
Na een hachelijke vlucht door China werd ze onderschept nabij de grens met Laos. Tegen alle verwachtingen in lieten de Chinese autoriteiten haar de volgende dag vrij en gaven ze zelfs haar geld en bezittingen terug. "Het is vreemd... het kan alleen maar een wonder zijn," zou ze later zeggen. Mun Yeon-hui vond onderdak in de Zuid-Koreaanse ambassade in Laos voordat ze in 2016 naar Seoul verhuisde. Daar werd ze herenigd met haar moeder en broer en verkreeg ze de Zuid-Koreaanse nationaliteit.
Van Pyongyang tot Tokio: culinaire kunst als rode draad.
In Zuid-Korea opende ze samen met haar moeder – een voormalig kokkin van een groot hotel in Pyongyang – haar eerste restaurant, Sulnoon. De zaak werd al snel populair vanwege de ambachtelijke koude noedels, bereid op de Noord-Koreaanse wijze, met ongepelde boekweit en een heldere bouillon van rundvlees, varkensvlees en kip.
Daar ontmoette ze ook Shigeru Katsumata, een Japanse restauranteigenaar met wie ze honderd dagen later trouwde. Samen besloten ze keuken en cultuur te verenigen: in 2024 openden ze een nieuwe Sulnoon-vestiging in Chiba, Japan. Dagelijks komt een trouwe klantenkring dit iconische Noord-Koreaanse gerecht proeven, dat met geduld en nederigheid wordt bereid. "In Noord-Korea gebruiken we niet veel kruiden, maar alles wordt met de hand gemaakt," legt Yeon-hui met een bescheiden glimlach uit.
Een nieuw leven en een droom voor de toekomst.
De chef-kok, inmiddels in de veertig, spreekt openhartig over haar verleden. Ze vertelt over haar ontsnapping, haar herstel en haar integratie in de Japanse samenleving, die ze omschrijft als "vriendelijk en gastvrij". Op YouTube deelt ze nu haar recepten en haar verhaal, in de hoop andere vluchtelingen te inspireren.
Van de Yalu-rivier tot de Tokyo-keuken, Mun Yeon-hui belichaamt de volharding van een generatie Noord-Koreaanse vluchtelingen die pijn omzetten in creativiteit. Via haar restaurant Sulnoon biedt ze veel meer dan een gerecht: een voorproefje van vrijheid, geserveerd in een kom koude noedels.
