Omdat sociale media het gedrag en de interacties van jongeren wereldwijd ingrijpend beïnvloeden, stellen steeds meer overheden de minimumleeftijd voor toegang tot deze platforms ter discussie. De regels, die een evenwicht zoeken tussen kinderbescherming, privacy en digitale vrijheid, verschillen aanzienlijk van land tot land. Hier volgt een overzicht van het internationaal gehanteerde beleid.
De leeftijdseisen verschillen per continent.
In de Verenigde Staten verbiedt de federale wetgeving, bekend als COPPA (Children's Online Privacy Protection Act), bedrijven om persoonlijke gegevens van kinderen onder de 13 jaar te verzamelen zonder toestemming van de ouders. Daarom hanteren de meeste platforms – zoals TikTok, Instagram en Snapchat – een minimumleeftijd van 13 jaar. Deze leeftijdsgrens wordt echter vaak omzeild, voornamelijk door het ontbreken van systematische identiteitsverificatie.
In Azië hanteren verschillende landen een strengere aanpak. In China moeten minderjarigen verplicht een identiteitsverificatie ondergaan. Sinds 2021 hebben de autoriteiten ook beperkingen opgelegd aan schermtijd, met name via 'anti-verslavingssystemen' in video-apps. In Zuid-Korea is ouderlijke toestemming vereist voor personen onder de 14 jaar om zich te registreren voor een online dienst.
Europa, tussen harmonisatie en diversiteit.
Sinds 2018 staat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) lidstaten toe een minimumleeftijd voor toegang tot digitale diensten vast te stellen tussen 13 en 16 jaar.
- Duitsland, Ierland, Nederland: 16 jaar.
- Italië, Spanje: 14 jaar.
- Frankrijk: 15 jaar. Volgens de Franse wet is ouderlijke toestemming vereist voor personen onder de 15, maar een recent wetsvoorstel beoogt de toegang tot sociale netwerken onder deze leeftijd volledig te verbieden.
- Verenigd Koninkrijk: 13 jaar, in overeenstemming met de internationale standaard die door de meeste platformen wordt gehanteerd, hoewel het land de 'Age Appropriate Design Code' heeft ingevoerd, die platformen verplicht hun diensten aan te passen voor minderjarigen.
Deze diversiteit binnen de Europese Unie weerspiegelt de moeilijkheden bij harmonisatie, ondanks het bestaan van een gemeenschappelijk kader.
Australië is bezig met de invoering van een verplichte leeftijdsverificatie voor personen tot 16 jaar.
In Australië blijft de officiële minimumleeftijd voor het gebruik van sociale media 13 jaar, conform de algemene voorwaarden van TikTok, Meta en Snapchat. In 2023 heeft de Australische overheid echter een openbare raadpleging gehouden over de invoering van verplichte leeftijdsverificatie voor toegang tot sociale media, met als doel de minimumleeftijd op 16 jaar te stellen. Dit voorstel maakt deel uit van een breder project om de online bescherming van minderjarigen te hervormen en is gebaseerd op studies die de schadelijke effecten van vroege blootstelling aan sociale media aantonen.
Een wereldwijd debat over geestelijke gezondheid en platformverantwoordelijkheid
Talrijke wetenschappelijke studies hebben een verband aangetoond tussen intensief gebruik van sociale media door tieners en een toename van angst, depressie en een laag zelfbeeld. Deze bevindingen baren wereldwijd steeds meer zorgen. Verschillende overheden proberen hierop te reageren door de wetgeving aan te scherpen, met name door leeftijdsverificatie verplicht te stellen of de transparantie van algoritmes te vergroten. Tegelijkertijd ontwikkelen de platformen tools zoals ouderlijk toezicht, schermtijdlimieten en speciale 'tienermodi', maar worstelen ze met het garanderen van de effectiviteit ervan in het licht van mogelijke omzeiling.
Samenvattend verschillen de toegangsdrempels voor sociale media voor 13- tot 16-jarigen aanzienlijk van land tot land. Er is een wereldwijde trend zichtbaar: een versterking van de mechanismen ter bescherming van minderjarigen. Frankrijk volgt met een overweging van een totaalverbod voor jongeren onder de 15 jaar een internationale trend waarbij de geestelijke gezondheid en digitale veiligheid van jongeren centraal staan in het publieke debat. Het valt nog te bezien of toekomstige wetgeving erin zal slagen effectiviteit, respect voor digitale rechten en technische haalbaarheid met elkaar te verzoenen.
